Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Inleiding en procesverloop
Overwegingen
Sri Lanka: Situation and treatment of returnees, including failed asylum seekers’, het rapport ‘Time to Act: The LTTE, its Front Organizations, and the Challenge to Europe’ van de
Sri Lanka Guardianvan 14 december 2008, een uitdraai van de Sri Lankaanse Staatscourant van 20 februari 2025 en verwezen naar de uitspraak KK en RS van 27 mei 2021 van de Upper Tribunal (Verenigd Koninkrijk). Uit deze informatie blijkt volgens eiseres dat de autoriteiten van Sri Lanka diaspora in de gaten houden. Het gaat daarbij niet enkel om Tamils met een vooraanstaande publieke of organisatorische rol. Eiseres vreest bij aankomst in Sri Lanka op het vliegveld te worden aangehouden, bijvoorbeeld omdat zij niet over een paspoort beschikt, of dat de autoriteiten haar op enigerlei wijze in het binnenland ‘monddood’ zullen maken. Eiseres stelt dat zij bij een poging om haar politieke opvattingen in het binnenland te uiten onmiddellijk zal worden gesanctioneerd, nu alle uitingen die betrekking hebben op het bereiken van een Tamil Eelam verboden zijn. Eiseres betoogt in dit verband ook dat de beoordeling die verweerder heeft gemaakt onvoldoende in lijn is met het arrest S. en A. van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 21 september 2023
,ECLI:EU:C:2023:688. Tot slot beroept eiseres zich op het gelijkheidsbeginsel: na de beleidswijziging naar aanleiding van het arrest S. en A. zijn twee Tamil-landgenoten, die zij goed kent en met wie zij aan dezelfde activiteiten heeft deelgenomen, wél door verweerder erkend als zogenoemde Verdragsvluchtelingen.
Tamils in Sri Lankavan 6 juni 2024 er tijdens de verslagperiode (oktober 2014 tot en met april 2024) weliswaar berichten zijn verschenen over de monitoring door de Sri Lankaanse autoriteiten van personen die buiten Sri Lanka activiteiten verrichtten voor Tamil-organisaties, maar dat niet kon worden vastgesteld of dit ook in Nederland gebeurde. Bovendien komt volgens het ambtsbericht uit de geraadpleegde bronnen het beeld naar voren dat vooral prominente figuren van verboden Tamil-organisaties in het buitenland in de gaten werden gehouden. De rechtbank leidt uit het ambtsbericht, evenals uit de door eiseres aangehaalde uitspraak van de Upper Tribunal van 27 mei 2021, af dat de aandacht van de Sri Lankaanse autoriteiten zich richt op Tamils die een significante (belangrijke) rol spelen in het streven naar een onafhankelijke Tamil Eelam. De informatie waarop eiseres zich verder heeft beroepen, van de IRB en het rapport van de Sri Lanka Guardian, schetst geen ander beeld. De rechtbank wijst in dit verband ook op de uitspraak van de Afdeling van 7 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:404, waarin de Afdeling heeft geoordeeld dat met name activisten die een risico vormen voor de eenheid van Sri Lanka, omdat zij een significante rol spelen in een georganiseerd separatistisch streven buiten Sri Lanka naar een onafhankelijke Tamil Eelam of het doen herleven van het gewapende conflict, bij terugkeer in de negatieve belangstelling van de autoriteiten staan.
Gazette’ van 20 februari 2025) dat de autoriteiten bekend zijn met (adres)gegevens van diaspora-leiders in West-Europa, is niet relevant voor het geval van eiseres, nu zij immers geen diaspora-leider is.