ECLI:NL:RVS:2025:3307
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen weigering verblijfsvergunning asiel
Bij besluit van 11 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Appellant heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 3 juli 2025 het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening behandeld.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen en ziet geen aanleiding tot vernietiging van de uitspraak. Het hogerberoepschrift bevat geen vragen die beantwoorden in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming vereisen.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter C.M. Wissels op 18 juli 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.