ECLI:NL:RBDHA:2025:11102
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige Turkse onderdaan niet in strijd met Turks associatierecht
Eiser, een Turkse onderdaan, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning voor arbeid als zelfstandige, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen op grond van het mvv-vereiste. Eiser betoogde dat het toepassen van dit vereiste in zijn situatie in strijd is met het Turks associatierecht.
De rechtbank heeft het beroep van eiser beoordeeld zonder zitting, aangezien partijen geen zitting wensten. De rechtbank verwees naar eerdere uitspraken van dezelfde zittingsplaats waarin het mvv-vereiste bij Turkse zelfstandigen werd bevestigd als rechtmatig en niet strijdig met het associatierecht.
Omdat de beroepsgronden van eiser overeenkomen met eerder verworpen gronden, verklaart de rechtbank het beroep ongegrond. De afwijzing van de aanvraag blijft daarmee in stand en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van zijn aanvraag om een zelfstandige verblijfsvergunning blijft in stand.