ECLI:NL:RBDHA:2025:11036
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis.
De rechtbank stelt vast dat de minister de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft overschreden zonder een besluit te nemen. Eiseres heeft de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en het beroep tijdig ingediend. De rechtbank verklaart het beroep kennelijk gegrond.
De rechtbank legt een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd voor overschrijding van deze termijn.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442, proceskosten van €453,50 en vergoeding van het griffierecht van €187.
De uitspraak is gedaan door rechter A.J. de Danschutter en openbaar gemaakt op 23 juni 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.