Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam],
de minister van Asiel en Migratie,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag heeft op 19 juni 2025 het beroep behandeld van een Syrische asielzoekster tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag, wat door Frankrijk op 3 april 2025 is aanvaard na een verzoek van Nederland op 3 februari 2025.
Eiseres voerde aan dat zij in Frankrijk risico loopt op indirect réfoulement, discriminatie vanwege haar geaardheid en hiv-besmetting, en dat zij geen tolk kreeg. Zij stelde dat er sprake is van systematische tekortkomingen in Frankrijk die het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitsluiten. De rechtbank oordeelde echter dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Frankrijk blijft gelden, mede gelet op eerdere jurisprudentie en het claimakkoord van Frankrijk.
De rechtbank overwoog dat de medische situatie van eiseres onvoldoende is onderbouwd en dat Frankrijk dezelfde medische zorg kan bieden als Nederland. Ook werd geoordeeld dat de stellingen over discriminatie en tekortkomingen niet voldoende zijn om overdracht aan Frankrijk te weigeren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiseres mag worden overgedragen aan Frankrijk. Proceskosten werden niet toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en overdracht aan Frankrijk toegestaan.