ECLI:NL:RBDHA:2025:1073
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
De rechtbank Den Haag heeft het beroep van eiser beoordeeld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser voerde aan dat hij onbedoeld een asielaanvraag in Oostenrijk had ingediend en dat Oostenrijk zijn verplichtingen niet zou nakomen. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van structurele tekortkomingen in de Oostenrijkse asielprocedure en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing is.
Verder bevestigde de rechtbank dat de Eurodac-registratie een formeel bewijs vormt van een eerdere asielaanvraag in Oostenrijk, en dat Oostenrijk de verantwoordelijkheid heeft geaccepteerd. De minister heeft ook voldoende gemotiveerd waarom geen gebruik is gemaakt van de discretionaire bevoegdheid van artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter J.M. Emaus en griffier B. Voors.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.