ECLI:NL:RBDHA:2025:10435
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie heeft op 13 maart 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59b, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel duurt voort en de rechtbank toetst het voortduren sinds het sluiten van het eerdere onderzoek op 26 maart 2025.
Eiser betoogt dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn en dat de minister onvoldoende voortvarend handelt. Ook stelt eiser dat een lichter middel had moeten worden toegepast. De rechtbank verwijst naar vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat zicht op uitzetting geen vereiste is voor een bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, Vw.
De rechtbank oordeelt dat de beroepsgronden niet slagen. Er is geen sprake van disproportionele bezwarendheid en de minister is niet gehouden tot voortvarende handelingen ter bespoediging van de uitzetting. Ook ambtshalve toetsing aan EU-recht leidt niet tot een ander oordeel. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.