Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich voldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat eiser onvoldoende stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat eiser ten laste komt van referent. [7] Verweerder heeft in dat verband kunnen overwegen dat eiser onvoldoende bewijsstukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat eiser in Marokko en België materieel is ondersteund door referent. Eisers eigen verklaring van 6 juni 2024 waarin staat ‘dat referent verantwoordelijk was voor al eisers financiële uitgaven in Marokko van 2000 tot 2005’, met een stempel van ‘Chef de service pour le president et
par delegation, Commune de Nador’, met een gelegaliseerde handtekening van de behandelend ambtenaar, heeft verweerder onvoldoende kunnen vinden. Dit document betreft namelijk een eigen verklaring van eiser die niet met objectieve bewijsstukken is onderbouwd. Daarnaast heeft verweerder niet meer waarde aan deze verklaring hoeven hechten vanwege het stempel en de handtekening daarop, omdat verweerder terecht overweegt dat onduidelijk is op basis van welke brondocumenten de handtekening en stempel zijn gezet. Eiser heeft verder geen andere bewijsstukken overgelegd waaruit blijkt dat referent eiser ten minste één jaar onafgebroken financieel heeft ondersteund.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.