ECLI:NL:RBDHA:2025:10158
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing eenmalige financiële ondersteuning zorgmedewerker met langdurige post-COVID klachten
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een eenmalige financiële ondersteuning op grond van de Regeling zorgmedewerkers met langdurige post-COVID klachten. De minister had haar aanvraag afgewezen omdat zij niet voldeed aan de voorwaarde dat zij tijdens de eerste COVID-19-golf veelvuldig en intensief zorg verleende bij een zorgaanbieder zoals bedoeld in de Regeling.
De rechtbank oordeelt dat de brief van afwijzing weliswaar geen publiekrechtelijke rechtshandeling is, maar dat het bestreden besluit als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht moet worden aangemerkt vanwege de bijzondere omstandigheden en de publieke taak van de minister. Hierdoor is het beroep ontvankelijk.
De rechtbank stelt vast dat eiseres alleen huishoudelijke werkzaamheden voor particuliere klanten heeft verricht en niet als helpende bij een zorgaanbieder zoals bedoeld in de Regeling. De verklaring van een particuliere opdrachtgever voldoet niet aan de eisen van de Regeling. Ook is niet gebleken dat eiseres nauw betrokken was bij de intensieve zorgverlening aan COVID-19 patiënten.
Daarom voldoet eiseres niet aan de voorwaarden voor financiële ondersteuning en wordt het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank wijst het verzoek om griffierechtteruggave en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat zij niet voldoet aan de voorwaarden voor financiële ondersteuning op grond van de Regeling.