ECLI:NL:RBDHA:2024:9662
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek.
De rechtbank heeft het onderzoek geschorst vanwege de afwezigheid van een tolk en later hervat. Eiser voerde aan dat Kroatië het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet verdient vanwege mensenrechtenschendingen, pushbacks en onrechtmatige behandeling, en dat hij niet daadwerkelijk een asielverzoek in Kroatië had ingediend.
De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië in het algemeen geldt, zoals bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak. Uit Eurodac-gegevens blijkt dat eiser op 26 december 2023 een asielverzoek in Kroatië heeft ingediend, en Kroatië heeft het verzoek tot terugname geaccepteerd. De rechtbank acht de registratie in Eurodac een formeel bewijsmiddel en vindt dat eiser geen tegenbewijs heeft geleverd.
Verder is de stelling van eiser dat toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening tot onevenredige hardheid leidt, niet aannemelijk gemaakt. De door eiser aangevoerde incidenten in Kroatië betreffen de naleving van internationale verplichtingen en zijn niet relevant voor de beoordeling van bijzondere individuele omstandigheden. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.