ECLI:NL:RBDHA:2024:9624

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 juni 2024
Publicatiedatum
20 juni 2024
Zaaknummer
NL24.22264
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling zonder bevestigde nationaliteit

Eiser is op 18 januari 2024 onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en de zaak op basis van stukken beoordeeld.

Eiser stelt dat hij de Algerijnse nationaliteit bezit, maar de Algerijnse autoriteiten hebben deze nationaliteit niet kunnen bevestigen. De rechtbank oordeelt dat het aan eiser is om zijn nationaliteit te onderbouwen, vooral omdat de Algerijnse autoriteiten geen bevestiging geven. Een enkele verklaring dat hij geen documenten kan overleggen is onvoldoende. Hierdoor staat zijn opstelling een uitzetting niet in de weg en blijft het zicht op uitzetting aanwezig.

De rechtbank toetst ook ambtshalve de rechtmatigheid van de maatregel van bewaring tot het sluiten van het onderzoek en concludeert dat deze rechtmatig is geweest. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.22264
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. H. Loth),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, (gemachtigde: J.M.M. van Gils).

Procesverloop

De staatssecretaris heeft op 18 januari 2024 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
De staatssecretaris heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd en vervolgens heeft de staatssecretaris een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. Eiser stelt van Algerijnse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1973.
2. Deze zittingsplaats van de rechtbank heeft deze maatregel van bewaring al eerder getoetst. Uit de uitspraak van 9 februari 2024 (ECLI:NL:RBDHA:2024:2747) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek.
3. Eiser meent dat het zicht op zijn uitzetting naar Algerije ontbreekt, omdat de autoriteiten van Algerije te kennen hebben gegeven dat zij zijn nationaliteit niet hebben kunnen bevestigen. Volgens eiser kan de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van
de Raad van State (ABRvS) van 6 mei 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:1892) niet worden gevolgd. De Algerijnse autoriteiten geven namelijk slechts in minimale mate laissez passers (lp) af aan vreemdelingen die niet gedocumenteerd zijn en in detentie verblijven.
4. De rechtbank volgt eiser niet. Zij overweegt daartoe dat het aan eiser is om zijn stelling dat hij de Algerijnse nationaliteit heeft te onderbouwen. Dit vooral omdat de Algerijnse autoriteiten zijn gestelde nationaliteit niet hebben kunnen bevestigen en eiser desondanks persisteert bij zijn stelling. De enkele verklaring van eiser dat hij in dit verband geen documenten kan overleggen, volstaat dan niet. De opstelling van eiser staat vooralsnog in de weg aan de mogelijkheid om hem uit te zetten. Dit maakt dat het zicht op zijn uitzetting nog steeds kan worden aangenomen. Wanneer eiser zijn identiteit en nationaliteit met documenten kan onderbouwen, zal de kans op afgifte van een lp toenemen. Dit ongeacht de omstandigheid dat hij zich thans in detentie bevindt.
5. De rechtbank moet ook ambtshalve toetsen of de maatregel van bewaring tot het moment van sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was. Op grond van de stukken is de rechtbank van oordeel dat dit niet het geval is.
6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
N. Dayerizadeh, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
07 juni 2024

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.