Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De eiser, met de Algerijnse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 19 april 2024 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is opgelegd. De rechtbank had deze maatregel reeds getoetst in een uitspraak van 2 mei 2024, waarbij de maatregel tot 1 mei 2024 rechtmatig werd bevonden.
De beoordeling richt zich daarom op de periode vanaf 1 mei 2024. Eiser stelde dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn, omdat zijn aanvraag voor een laissez-passer op 23 april 2023 onbeantwoord bleef en hij nog niet bij de Algerijnse autoriteiten was gepresenteerd. De rechtbank volgt deze stelling niet, omdat er in algemene zin wel zicht is op uitzetting naar Algerije en geen aanwijzingen dat dit voor eiser anders is. Het tijdsverloop en het ontbreken van presentatie leiden niet tot twijfel over het verkrijgen van een laissez-passer binnen afzienbare tijd.
Daarnaast heeft eiser onvoldoende medewerking verleend aan het uitzettingstraject, wat hij ook tijdens een vertrekgesprek op 22 mei 2024 bevestigde. De rechtbank concludeert dat het voortduren van de maatregel van bewaring niet onrechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.