ECLI:NL:RBDHA:2024:9158
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken besluit bevoegd bestuursorgaan over grensoverschrijdende rechtsbijstand
Eiser stelde beroep in tegen het vermeende niet tijdig beslissen van verweerder op zijn bezwaar van 21 december 2020. Verweerder had in een bericht van 18 december 2020 meegedeeld dat geen werkzaamheden zouden worden verricht omdat dit niet tot zijn taak behoorde in het kader van de EU-richtlijn grensoverschrijdende geschillen.
De rechtbank oordeelde dat het bericht van verweerder geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb, omdat verweerder geen publiekrechtelijke rechtshandeling heeft verricht. Verweerder heeft geen bevoegdheid om te beslissen over de wijze waarop de bevoegde autoriteit van de lidstaat het verzoek om rechtsbijstand heeft afgehandeld en heeft geen taak eiser te ondersteunen bij het indienen van bezwaar of beroep bij die autoriteit.
De rechtbank stelde vast bevoegd te zijn om te oordelen over het beroep, gelet op de centralisatie van de raden voor rechtsbijstand en relevante jurisprudentie. Omdat geen sprake is van een besluit waarop beroep kan worden ingesteld, is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 1 mei 2024 en is verzonden aan partijen. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat geen besluit is genomen waarop beroep kan worden ingesteld.