ECLI:NL:RBDHA:2023:7765

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 juni 2023
Publicatiedatum
31 mei 2023
Zaaknummer
23/2447
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 8:54 Algemene wet bestuursrechtRichtlijn 2003/8/EGArtikel 23i, eerste lid, Wet op de rechtsbijstand
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig beslissen op bezwaar over grensoverschrijdende rechtsbijstand

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van verweerder op zijn bezwaarschrift van 31 augustus 2021. Dit bezwaar betrof het bericht van verweerder dat geen werkzaamheden zouden worden verricht in het kader van de EU-richtlijn grensoverschrijdende geschillen.

De rechtbank overweegt dat verweerder slechts rechtsbijstand verleent totdat de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de zaak wordt behandeld, de aanvraag ontvangt en behandelt. In deze zaak hebben de Spaanse autoriteiten de aanvraag om kosteloze rechtshulp in behandeling genomen en daarop beslist. Verweerder heeft geen bevoegdheid om te beslissen over de wijze waarop de Spaanse autoriteiten het verzoek hebben afgehandeld.

De mededeling van verweerder dat geen gevolg wordt gegeven aan het verzoek om een Spaanse vertaling van het bezwaarschrift, is geen besluit in de zin van bestuursrecht. Tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op bezwaar staat daarom geen beroep open. Het beroep wordt dan ook kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat verweerder niet bevoegd is te beslissen over de afhandeling van het verzoek door de Spaanse autoriteiten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 23/2447

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 juni 2023 in de zaak tussen

[eiser], uit [woonplaats], eiser

en

De Raad voor Rechtsbijstand.

Inleiding

1. Eiser heeft beroep ingesteld omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op het bezwaarschrift van 31 augustus 2021.
2. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

3. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het bericht van verweerder van 19 augustus 2021. In dit bericht is door verweerder aan eiser medegedeeld dat er geen door eiser verzochte werkzaamheden zullen worden verricht, omdat het niet tot de werkzaamheden van verweerder behoort in het kader van de EU-richtlijn grensoverschrijdende geschillen.
4. De rechtbank overweegt dat verweerder aan de rechtszoekende die om verlening van rechtsbijstand vraagt voor een zaak in een andere lidstaat dan Nederland, rechtsbijstand verleent totdat de aanvraag om verlening van rechtsbijstand in overeenstemming met de richtlijn [2] is ontvangen door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de zaak verder zal worden behandeld. [3] In dit geval hebben de Spaanse autoriteiten de aanvraag om kosteloze rechtshulp in behandeling genomen en daarop beslist. Verweerder heeft vervolgens geen bevoegdheid om een beslissing te nemen over de manier waarop de Spaanse autoriteiten het verzoek hebben afgehandeld. Dit betekent dat de mededeling van een medewerker van verweerder dat er geen gevolg zal worden gegeven aan het verzoek van eiser om zorg te dragen voor een Spaanse vertaling van zijn bezwaarschrift, geen besluit is. Tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op bezwaar, staat daarom geen beroep open.
5. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr. R.J.P. Lindhout, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 juni 2023.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
2.Richtlijn 2003/8/EG.
3.Artikel 23i, eerste lid, van de Wet op de rechtsbijstand.