ECLI:NL:RBDHA:2024:9138
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens te late indiening na mondelinge behandeling
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter in een kort gedingprocedure, stellende dat de rechter partijdig was door het weigeren van zijn pleitnota terwijl de pleitnota van de wederpartij wel werd ontvangen.
Het wrakingsverzoek werd per e-mail ingediend op 6 mei 2024, na de mondelinge behandeling op 23 april 2024 en vlak voor de uitspraak op 7 mei 2024. Hoewel het verzoek formeel tijdig was ingediend vóór de uitspraak, was het feitelijke tijdsverloop tussen het bekend worden van de omstandigheden en het verzoek bijna twee weken, zonder redelijke verklaring.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek daarom te laat was ingediend en niet-ontvankelijk was. Bovendien was na de indiening van het verzoek al uitspraak gedaan, waardoor het doel van wraking, namelijk vervanging van de rechter, niet meer bereikt kon worden. Verzoeker had hierdoor geen belang meer bij behandeling van het verzoek.
De wrakingskamer zag geen aanleiding tot een mondelinge behandeling en wees het verzoek af. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en het ontbreken van belang na uitspraak.