Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Het bestreden besluit
Beoordeling rechtbank
“certain degree of hardship”die maakt dat het van de gezinsleden
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier met het doel medische behandeling, nadat zijn eerdere verblijfsvergunning was ingetrokken wegens gevaar voor de openbare orde. De staatssecretaris wees de aanvraag af, omdat het gevaar voor de openbare orde niet was verjaard, mede door recente strafrechtelijke veroordelingen van eiser.
De rechtbank beoordeelde of het afwijzen van de aanvraag in overeenstemming was met het evenredigheidsbeginsel en artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht het gevaar voor de openbare orde zwaar liet wegen en dat er geen bijzondere omstandigheden waren om van het beleid af te wijken.
Hoewel eiser uitstel van vertrek heeft gekregen op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000 en zijn medische behandeling in Nederland kan voortzetten, weegt dit niet zwaarder dan het belang van de bescherming van de openbare orde. De belangenafweging van de staatssecretaris was zorgvuldig en niet in strijd met het EVRM. Het beroep is ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning medische behandeling wordt ongegrond verklaard.