ECLI:NL:RBDHA:2024:8995
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroege ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zij stelde dat de beslistermijn niet rechtsgeldig was verlengd met negen maanden op grond van het besluit WBV 2023/3, omdat haar aanvraag ná 1 augustus 2023 was ingediend.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat een zitting niet nodig was en heeft het onderzoek gesloten zonder zitting. De rechtbank overweegt dat volgens de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht een ingebrekestelling schriftelijk moet worden gedaan en dat pas na het verstrijken van twee weken na deze ingebrekestelling beroep kan worden ingesteld.
De rechtbank volgt het standpunt van verweerder dat de beslistermijn voor asielaanvragen tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024 met negen maanden is verlengd. Omdat eiseres haar aanvraag op 1 augustus 2023 heeft ingediend, geldt deze verlenging ook voor haar zaak. De ingebrekestelling van 20 maart 2024 is daardoor te vroeg ingediend, waardoor niet is voldaan aan de voorwaarden voor ontvankelijkheid van het beroep.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling in het kader van de verlengde beslistermijn.