ECLI:NL:RBDHA:2024:8760
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen WOZ-waardebepaling woningen in Den Haag
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waardebepalingen van drie woningen gelegen in Den Haag, vastgesteld op respectievelijk €80.000, €98.000 en €160.000 per 1 januari 2022. Belanghebbende stelde lagere waarden voor, namelijk €60.000, €76.000 en €124.000.
De rechtbank overweegt dat de heffingsambtenaar met behulp van vergelijkingsobjecten en matrices aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde waarden niet te hoog zijn. De gehanteerde vergelijkingsobjecten zijn voldoende vergelijkbaar en er is rekening gehouden met verschillen zoals gebruiksoppervlakte en onderhoudsstaat. De stelling van belanghebbende dat de Waarderingsinstructie het gebruik van vergelijkingsobjecten die meer dan 35% afwijken verbiedt, wordt verworpen omdat deze instructie geen algemeen verbindende rechtsregel is.
Verder klaagt belanghebbende over het niet verstrekken van bepaalde onderbouwingen, maar de rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin deze werkwijze van de heffingsambtenaar is toegestaan. Ook is geen schending van het motiveringsbeginsel vastgesteld. Gezien deze overwegingen zijn de beroepen ongegrond verklaard en is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de WOZ-waardebepalingen van drie woningen worden ongegrond verklaard.