ECLI:NL:RBDHA:2024:8619
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, een besluit genomen. Eiseres stelde de verweerder rechtsgeldig in gebreke en diende tijdig beroep in.
De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig beslissen gelijkstaat aan een besluit en dat het beroep daarom gegrond is. Gezien de aard van de aanvraag, namelijk gezinshereniging bij een houder van een asielvergunning, wordt een langere termijn dan de standaard twee weken opgelegd. De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen twintig weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van bestuurlijke dwangsommen wegens de overschrijding van de beslistermijn, een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 voor elke dag dat de nieuwe termijn wordt overschreden, en de proceskosten van eiseres. Tevens moet verweerder het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van bestuurlijke dwangsommen en veroordeling in proceskosten.