ECLI:NL:RBDHA:2024:8537
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing MVV-aanvraag voor Syrische ouders wegens belangenafweging in vreemdelingenrecht
Eisers, Syrische ouders met Palestijnse achtergrond, hebben een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) aangevraagd als familieleden van hun zoon (referent) die in Nederland verblijft met een asielvergunning. De aanvraag werd door verweerder afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank behandelt het beroep tegen deze afwijzing.
De kern van het geschil betreft de belangenafweging tussen het recht op gezinsleven van eisers en het algemeen belang van Nederland bij een restrictief toelatingsbeleid. Verweerder heeft meegewogen dat er een objectieve belemmering is om het gezinsleven in Syrië uit te oefenen, dat referent sterke banden met Nederland heeft, maar ook dat eisers geen binding met Nederland hebben, niet voldoen aan het middelenvereiste en dat het economisch belang van Nederland zwaar weegt.
De rechtbank oordeelt dat verweerder alle relevante feiten en omstandigheden heeft betrokken en dat de belangenafweging voldoende is gemotiveerd. Het belang van een restrictief toelatingsbeleid en het economisch belang mogen zwaar meewegen. Eisers hebben onvoldoende onderbouwd dat de belangenafweging onredelijk is of dat verweerder onjuist heeft afgewogen.
De rechtbank concludeert dat het niet toestaan van verblijf aan eisers niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro en verklaart het beroep ongegrond. Eisers krijgen geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de MVV-aanvraag wordt ongegrond verklaard en het verblijf wordt niet toegestaan.