ECLI:NL:RBDHA:2024:8533
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugkeerbesluit Irak ongegrond verklaard door rechtbank Den Haag
Eiser, van Iraakse nationaliteit, werd op 10 februari 2023 geconfronteerd met een terugkeerbesluit en een inreisverbod vanwege het ontbreken van rechtmatig verblijf in Nederland. Hij werd verdacht van ernstige strafbare feiten en zat in strafrechtelijke detentie. Eiser stelde dat het besluit onzorgvuldig tot stand was gekomen en dat hij rechtmatig verblijf had vanwege zijn asielaanvraag en verblijf in Duitsland.
De rechtbank oordeelde dat het terugkeerbesluit zorgvuldig was genomen, waarbij eiser voldoende gelegenheid had gekregen om zijn zienswijze te geven. De rechtbank stelde vast dat eiser ten tijde van het besluit geen rechtmatig of procedureel rechtmatig verblijf had. Het enkele feit dat hij in Eurodac stond geregistreerd en een asielprocedure in Duitsland had gestart, bood geen rechtmatig verblijf. Ook de strafrechtelijke detentie leidde niet tot opschorting van de vertrektermijn.
Verder werd geoordeeld dat het inreisverbod niet langer werd gehandhaafd, waardoor het beroep daarop niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van proceskosten aan eiser. De belangenafweging en mogelijke risico's bij terugkeer naar Irak bleken onvoldoende onderbouwd om het besluit te schorsen of te vernietigen.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het inreisverbod niet-ontvankelijk; verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.