ECLI:NL:RBDHA:2024:8525
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing invaliditeitspensioen wegens ontbreken dienstongeval rechterenkel
Eiser, militair sinds 2005, liep in 2007 tijdens een warmweertraining in Zaragoza een verstuiking van zijn rechterenkel op. Deze blessure werd later gediagnosticeerd als een posttraumatisch posteriomediaal impingement. Na een herbeoordeling in 2022 werd geconcludeerd dat het letsel niet het gevolg was van een verergerend dienstverband, waardoor eiser niet voldeed aan de vereiste invaliditeitsdrempel voor een militair invaliditeitspensioen (MIP).
Eiser stelde dat het springen uit een helikopter tijdens de oefening een realistische nabootsing van een oorlogssituatie betrof, waarbij niet alle veiligheidsmaatregelen konden worden gehandhaafd, en dat dit als dienstongeval moest worden aangemerkt. De rechtbank stelde echter vast dat niet was gebleken dat de oefening onder bijzondere omstandigheden plaatsvond die een verhoogd risico op letsel met zich meebrachten.
Ook het ontbreken van een proces-verbaal van het ongeval kon niet aan verweerder worden toegerekend. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat er geen invaliditeit met dienstverband was voor het enkelletsel. Het beroep van eiser werd gegrond verklaard vanwege een procedurele fout omtrent vergoeding van medische kosten, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van dat besluit in stand gelaten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard vanwege vergoeding medische kosten, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.