ECLI:NL:RBDHA:2024:8495
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid België
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Den Haag het beroep van eiser beoordeeld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De staatssecretaris baseerde dit besluit op de Dublinverordening, waarbij België als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen en Nederland een verzoek tot terugname aan België heeft gedaan dat is geaccepteerd.
Eiser stelde dat de opvangsituatie in België ernstig tekortschiet en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer kan gelden vanwege systeemfouten die leiden tot een behandeling in strijd met artikel 4 van Pro het EU-Handvest. Hij verwees naar wachttijden, ontoereikende opvang, mishandeling en onvoldoende klachtenmogelijkheden. De rechtbank volgde dit niet en sloot aan bij de recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die oordeelde dat de tekortkomingen niet de hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken.
De rechtbank overwoog dat hoewel het opvangsysteem in België onder druk staat, er nog steeds noodopvang en medische voorzieningen beschikbaar zijn en dat de Belgische autoriteiten zich inspannen voor verbetering. Daarnaast achtte de rechtbank de individuele omstandigheden van eiser onvoldoende om toepassing van de discretionaire bevoegdheid van artikel 17 Dublinverordening Pro te rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor het besluit van de staatssecretaris in stand blijft en eiser geen vergoeding van proceskosten ontvangt.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.