ECLI:NL:RBDHA:2024:8336
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling uit Algerije
Eiser, een Algerijnse vreemdeling, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 10 april 2024 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is opgelegd. De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de maatregel tot 24 april 2024 beoordeeld en richt zich nu op de periode daarna.
Eiser betoogt dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering is vanwege beperkte medewerking van Algerijnse autoriteiten en onvoldoende voortvarendheid van verweerder. De rechtbank stelt vast dat verweerder op 7 mei 2024 een rappellering heeft gestuurd naar de Algerijnse autoriteiten en op 8 mei 2024 een vertrekgesprek met eiser heeft gevoerd.
Tijdens dat gesprek gaf eiser aan te willen terugkeren, maar weigerde hij mee te werken aan noodzakelijke stappen zoals een presentatie aan de ambassade, het schrijven van een vrijwilligersbrief of inschrijving bij de Internationale Organisatie voor Migratie. De rechtbank concludeert dat er wel degelijk zicht is op uitzetting en dat verweerder voldoende voortvarend handelt.
De ambtshalve toetsing bevestigt dat het voortduren van de maatregel rechtmatig is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard.