ECLI:NL:RBDHA:2024:8107
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning als slachtoffer mensenhandel wegens ontbreken strafrechtelijk onderzoek
Eiseres, afkomstig uit Sierra Leone, diende een asielaanvraag in en later een aanvraag voor een verblijfsvergunning als slachtoffer van mensenhandel. De aanvraag werd afgewezen omdat Kroatië verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening en het Openbaar Ministerie geen vervolging kon instellen wegens gebrek aan rechtsmacht.
De rechtbank oordeelt dat de aanvraagdatum van de vergunning terecht is vastgesteld op de datum van ontvangst van de kennisgeving van de aangifte door de IND, niet de datum van de aangifte zelf. Tevens is vastgesteld dat er geen sprake was van een strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek, een vereiste voor het verlenen van de vergunning.
Daarnaast is geoordeeld dat het onderscheid in beleid tussen Dublinclaimanten en niet-Dublinclaimanten gerechtvaardigd is en dat de richtlijnen 2004/81, 2011/36 en 2012/29 correct zijn geïmplementeerd. De rechtbank wijst het beroep af en oordeelt dat eiseres niet onterecht is benadeeld door het ontbreken van een formele bedenktijd of door het niet horen in bezwaar.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning als slachtoffer van mensenhandel wordt ongegrond verklaard.