Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[naam] , eiser
geboren op [datum 2] , van Sierra Leoonse nationaliteit, V-nummer: [nummer 2]
[naam 4],
[naam 5],
[naam 6],
Rechtbank Den Haag
Eisers, van Guinese en Sierra Leoonse nationaliteit, hebben in Nederland asiel aangevraagd, maar de staatssecretaris nam deze aanvragen niet in behandeling omdat België op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is. Uit Eurodac bleek dat eisers eerder in België een asielverzoek hadden ingediend. De Belgische autoriteiten accepteerden het terugnameverzoek van Nederland.
Eisers betoogden dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast omdat de opvang in België ontoereikend is en zij eerder mishandeld zijn na verwijdering uit de opvang. Ook stelden zij dat de staatssecretaris onvoldoende rekening hield met hun medische situatie en de mogelijke ontwikkelingsschade bij de kinderen. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eisers onvoldoende bewijs leverden om dit te weerleggen.
De rechtbank concludeerde dat België voldoende opvang en zorg biedt, vooral aan kwetsbare groepen zoals gezinnen met minderjarige kinderen. Er was geen aannemelijk bewijs dat overdracht aan België zou leiden tot een onrechtmatige behandeling of een onevenredige hardheid. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard en de asielaanvragen hoeven niet in Nederland te worden behandeld.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard en overdracht aan België is toegestaan.