Uitspraak
zaaknummers: NL24.16765 en NL24.16767
Rechtbank Den Haag
Eisers, een gezin met minderjarige kinderen, hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om hun asielaanvragen niet in behandeling te nemen omdat België verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. De rechtbank beoordeelt dit beroep zonder zitting en verklaart het ongegrond.
De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel inhoudt dat Nederland mag aannemen dat België zijn verdragsverplichtingen nakomt, tenzij sprake is van structurele en zwaarwegende tekortkomingen in het Belgische asiel- en opvangsysteem die een reëel risico op onmenselijke behandeling opleveren. Eisers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat dit het geval is. De rechtbank verwijst naar een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin is vastgesteld dat tekortkomingen in België niet van dien aard zijn dat het vertrouwensbeginsel niet meer geldt.
Hoewel er erkenning is van tekortkomingen in de opvangvoorzieningen in België, geldt dat kwetsbare groepen zoals gezinnen met minderjarige kinderen voorrang krijgen bij het toewijzen van opvangplaatsen. Eisers hebben geen nieuwe omstandigheden aangevoerd die tot een ander oordeel leiden. Ook hun eerdere situatie van materiële deprivatie in België is onvoldoende gespecificeerd en onderbouwd.
De rechtbank concludeert dat het besluit van de minister om de asielaanvragen niet in behandeling te nemen terecht is en dat overdracht aan België mogelijk is. Eisers krijgen geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter C.H. de Groot en griffier H.A. van der Wal, en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de asielaanvragen mogen worden overgedragen aan België.