ECLI:NL:RBDHA:2024:8069
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel van vreemdelingenbewaring ongegrond verklaard
De staatssecretaris heeft op 15 februari 2024 een maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft tegen het voortduren van deze maatregel beroep ingesteld en tevens een verzoek om schadevergoeding gedaan. De rechtbank heeft het beroep op 24 mei 2024 behandeld via telehoren, waarbij eiser werd bijgestaan door een gemachtigde en een tolk.
Eiser betoogt dat er geen zicht is op uitzetting naar Marokko, dat hij onterecht langdurig in bewaring zit en dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend handelt. Tevens stelt eiser dat hij de Algerijnse nationaliteit heeft, waardoor een laissez-passer-aanvraag bij Marokko niet effectief zou zijn. Hij vindt dat een lichter middel dan bewaring passend is, omdat hij niet zal vluchten en meewerkt aan het vertrek.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris voldoende voortvarend handelt door meerdere rappels en vertrekgesprekken. Er is geen aanwijzing dat Marokko de laissez-passer niet zal verstrekken en het ontbreken van medewerking van eiser rechtvaardigt de bewaring. De rechtbank wijst het beroep ongegrond en het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.