Uitspraak
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De eiser, van Algerijnse nationaliteit, werd op 2 mei 2024 de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat de staatssecretaris niet schriftelijk in een voor hem begrijpelijke taal de gronden van de bewaring had meegedeeld, wat volgens hem in strijd was met artikel 5.3 van het Vreemdelingenbesluit 2000. De rechtbank oordeelde dat eiser het Nederlands machtig is en de gronden schriftelijk heeft kunnen inzien, waardoor deze beroepsgrond faalt.
De staatssecretaris had de bewaring gemotiveerd met zware en lichte gronden, waarvan enkele zware gronden door de staatssecretaris waren prijsgegeven. De overige gronden werden door de rechtbank als voldoende beoordeeld om de bewaring te dragen. Eiser voerde aan dat een lichter middel passend was, mede vanwege zijn strafrechtelijke antecedenten en medische situatie. De rechtbank stelde echter vast dat de staatssecretaris terecht heeft geoordeeld dat geen minder dwingende maatregel toereikend was, mede vanwege het risico op onttrekking aan toezicht.
Verder stelde eiser dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend had gehandeld door het asielgehoor pas op de veertiende dag van bewaring te plannen. De rechtbank vond dit niet onredelijk en achtte de voortvarendheid voldoende, ook gelet op de gezondheidssituatie van eiser. Tot slot concludeerde de rechtbank dat de maatregel tot het moment van sluiting van het onderzoek niet onrechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.