ECLI:NL:RBDHA:2024:7316
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen beslist en heeft ook geen verweerschrift ingediend.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn uiterlijk op 18 december 2023 had moeten verlopen, maar dat er geen besluit is genomen. Eiser heeft verweerder rechtsgeldig in gebreke gesteld op 21 december 2023 en het beroep is tijdig ingediend op 2 februari 2024. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is.
Gezien de bijzondere omstandigheden bij aanvragen om gezinshereniging bij houders van asielvergunningen, legt de rechtbank een termijn van twintig weken na verzending van deze uitspraak op waarbinnen verweerder alsnog moet beslissen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd voor het overschrijden van deze termijn.
Verder veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442, de proceskosten van €437,50 en de vergoeding van het griffierecht van €187 aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, verweerder moet binnen twintig weken alsnog beslissen en betaalt dwangsommen en proceskosten aan eiser.