ECLI:NL:RBDHA:2024:7315
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank oordeelt dat verweerder niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen heeft beslist, ondanks een verlenging van drie maanden. Eiseres stelde verweerder rechtsgeldig in gebreke en diende tijdig beroep in.
De rechtbank wijst het verzoek om vrijstelling van griffierecht toe wegens betalingsonmacht. Gelet op de aard van de zaak en jurisprudentie acht de rechtbank het een bijzonder geval dat een langere beslistermijn dan de standaard twee weken op grond van artikel 8:55d Awb rechtvaardigt. Verweerder krijgt een termijn van twintig weken om alsnog een besluit te nemen.
Voor elke dag dat verweerder deze termijn overschrijdt, verbeurt hij een dwangsom van €100 met een maximum van €7.500. De reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 worden vastgesteld en verweerder wordt veroordeeld tot betaling hiervan. Tevens worden de proceskosten van €437,50 en het griffierecht van €187 aan eiseres toegewezen. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van dwangsommen bij overschrijding.