ECLI:NL:RBDHA:2024:712
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
De rechtbank Den Haag heeft op 23 januari 2024 het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag behandeld. De staatssecretaris had de aanvraag afgewezen omdat Oostenrijk als verantwoordelijke lidstaat was aangewezen op grond van de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kon worden toegepast vanwege de slechte opvangomstandigheden in Oostenrijk, waaronder onhygiënische situaties en slechte medische behandeling. Hij stelde dat hij deze omstandigheden niet met documenten kon onderbouwen en dat klagen zinloos was omdat asielzoekers zelf verantwoordelijk zijn voor de schoonmaak.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er sprake is van ernstige, op feiten berustende tekortkomingen in de Oostenrijkse asielprocedure of opvang die een reëel risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro opleveren. Ook het betoog dat de staatssecretaris proceseconomische redenen moet meewegen faalde, omdat de Dublinprocedure zich beperkt tot de vaststelling van de verantwoordelijke lidstaat.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en handhaafde het besluit van de staatssecretaris. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter S.A. van Hoof.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag blijft in stand.