ECLI:NL:RBDHA:2024:6940
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen plaatsing in Handhaving- en toezichtlocatie en vrijheidsbeperkende maatregel
Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) om haar per 4 oktober 2023 te plaatsen in een Handhaving- en toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen en tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar een vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen. De rechtbank beoordeelde deze beroepen zonder zitting, aangezien partijen geen gebruik maakten van het recht op een hoorzitting.
De rechtbank stelde vast dat eiseres op 3 oktober 2023 ernstig fysiek geweld had gebruikt tegen een zwangere medebewoonster, wat leidde tot ziekenhuisopname. Dit incident werd niet betwist door eiseres. Op basis hiervan oordeelde de rechtbank dat de plaatsing in de HTL en de vrijheidsbeperkende maatregel rechtmatig waren en dat het gedrag van eiseres een maatregel met grote impact rechtvaardigde.
De rechtbank verwees naar een eerdere uitspraak van 16 februari 2024 waarin werd geoordeeld dat plaatsing in de HTL geen vrijheidsontneming inhoudt, mede omdat de HTL voortijdig verlaten kan worden. De beroepsgronden van eiseres, die stelden dat de plaatsing vrijheidsontneming zou zijn en in strijd met het EVRM, faalden. Ook de stelling dat zij risico liep op plaatsing in een ROV-kamer werd verworpen omdat hier geen sprake van was.
Gezien de ongegrondverklaring van het beroep tegen het plaatsingsbesluit, werd ook het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel ongegrond verklaard. Er werd geen schadevergoeding toegekend en er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen het plaatsingsbesluit kan hoger beroep worden ingesteld, tegen de vrijheidsbeperkende maatregel niet.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen de plaatsing in de HTL en de vrijheidsbeperkende maatregel ongegrond.