ECLI:NL:RBDHA:2024:6869
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De aanvraag werd ingediend op 16 november 2022, terwijl verweerder uiterlijk 14 mei 2023 had moeten beslissen. Eisers stelden verweerder rechtsgeldig in gebreke op 27 juli 2023 en dienden het beroep in op 17 augustus 2023, waarmee het beroep tijdig is.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin bij aanvragen om gezinshereniging sprake is van een bijzonder geval. Daarom wordt een langere beslistermijn dan de standaard twee weken opgelegd. Gelet op het dossier heeft verweerder de aanvraag wel bevestigd maar nog niet inhoudelijk behandeld, waardoor de rechtbank een termijn van twintig weken oplegt waarbinnen een besluit moet worden genomen.
Verder wordt verweerder veroordeeld tot betaling van een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €7.500, en tot vergoeding van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442. Ook worden de proceskosten van eisers vastgesteld op €437,50 en het betaalde griffierecht van €184 wordt vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert en openbaar gemaakt op 7 mei 2024.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een termijn van twintig weken op voor besluitvorming met dwangsom en proceskostenveroordeling.