ECLI:NL:RBDHA:2024:674
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid LHBTI+-verklaringen en veilige terugkeer Marokko
Eiser, een Marokkaanse man, vroeg asiel aan in Nederland wegens zijn homoseksuele geaardheid en vrees voor vervolging door familie bij terugkeer naar Marokko. De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond vanwege ongeloofwaardigheid van de verklaringen over zijn seksuele geaardheid en het ontbreken van gegronde vrees.
De rechtbank onderzocht het beroep en oordeelde dat het nader gehoor correct was uitgevoerd, ondanks bezwaren over de tolk en taalgebruik. Eiser kon tijdens het aanvullende gehoor zijn verhaal alsnog toelichten. De rechtbank vond de verklaringen over zijn seksuele geaardheid en de relatiegeschiedenis oppervlakkig en onvoldoende inzichtelijk, waardoor de ongeloofwaardigheid terecht werd vastgesteld.
Verder achtte de rechtbank het verwijt dat eiser zijn asielmotief niet eerder had aangevoerd, gegrond, wat afbreuk deed aan zijn geloofwaardigheid en de actuele dreiging. De rechtbank concludeerde dat Marokko een veilig land van herkomst is voor eiser, die niet onder de uitzonderingsgroep van LHBTI’ers valt.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter Schaaf en griffier Biswane op 12 januari 2024.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid en veilige terugkeer naar Marokko.