Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Gambiaanse vreemdeling, is op 10 januari 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting.
Eiser diende op 4 april 2024 een aanvraag in voor toetsing aan het Unierecht, stellende rechtmatig verblijf te hebben op basis van artikel 8 van Pro de Vreemdelingenwet. De rechtbank constateert echter dat de aanvraag niet volledig is ingevuld en dat er geen bewijsstukken zijn overgelegd. Bovendien is vastgesteld dat het terugkeerbesluit van 23 juni 2023 onherroepelijk is en dat eiser geen geldige gronden heeft voor rechtmatig verblijf.
De rechtbank oordeelt dat eiser de aanvraag heeft ingediend met het doel de bewaring te frustreren en dat er sprake is van misbruik van recht. Daarom is er geen sprake van procedureel rechtmatig verblijf en is het voortduren van de bewaring rechtmatig. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.