ECLI:NL:RBDHA:2024:3318
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling
Eiser, een Gambiaanse vreemdeling, maakte bezwaar tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 10 januari 2024 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid was opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank heeft de rechtmatigheid van de maatregel reeds eerder beoordeeld en concludeerde dat deze tot het sluiten van het eerdere onderzoek op 29 januari 2024 rechtmatig was. De beoordeling richt zich daarom op de periode daarna.
Eiser stelde dat de overheid onvoldoende voortvarend handelde bij het vertrekproces, met name door te late rappellering aan de Gambiaanse autoriteiten. De rechtbank oordeelde echter dat de staatssecretaris voldoende voortvarend had gehandeld, met meerdere vertrekgesprekken, rappellen op 26 januari en 13 februari 2024, en een geplande presentatie.
De rechtbank vond geen aanwijzingen dat de maatregel onrechtmatig was gedurende de relevante periode en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.