ECLI:NL:RBDHA:2024:5958
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit verlening machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder op een aanvraag om verlening van een machtiging voorlopig verblijf in het kader van nareis, ingediend door referent ten behoeve van eiseres en haar minderjarige kinderen.
Verweerder had op grond van de Vreemdelingenwet 2000 binnen 90 dagen moeten beslissen, met een verlenging van drie maanden, waardoor uiterlijk 9 juni 2023 een besluit verwacht werd. Deze termijn is verstreken zonder besluit. Eiseres stelde verweerder op 11 juli 2023 rechtsgeldig in gebreke en diende op 21 december 2023 beroep in, dat tijdig werd geacht.
De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig nemen van het besluit een besluit in de zin van de Awb is en verklaart het beroep gegrond. Gezien de bijzondere omstandigheden bij gezinshereniging van asielgerechtigden wordt een langere beslistermijn van twintig weken opgelegd. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd bij overschrijding van deze termijn.
Verweerder wordt verplicht het betaalde griffierecht van €184 te vergoeden en wordt veroordeeld in de proceskosten van €437,50. De uitspraak is zonder zitting gedaan en openbaar gemaakt op 23 april 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.