Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij zijn echtgenote. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank behandelt het beroep zonder zitting en wijst het verzoek om griffierechtvrijstelling definitief toe.
De aanvraag is ingediend op 15 juli 2023 en verweerder had uiterlijk 14 januari 2024 moeten beslissen. Deze termijn is verstreken zonder besluit. Eiser stelde verweerder op 16 januari 2024 rechtsgeldig in gebreke en diende op 1 februari 2024 het beroep in, dat tijdig is. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het niet tijdig genomen besluit.
De rechtbank legt een termijn van twintig weken op waarbinnen verweerder alsnog moet beslissen, met een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding, maximaal €7.500. Verweerder is veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 en de proceskosten van €422,50. Deze uitspraak is gedaan door rechter K.M. de Jager.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twintig weken alsnog te beslissen onder oplegging van een dwangsom.