Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij zijn moeder. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en gegrond is, omdat verweerder de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft overschreden zonder een besluit te nemen.
De rechtbank wijst het verzoek om griffierechtvrijstelling definitief toe op grond van de inkomenssituatie van eiser. Gelet op de bijzondere omstandigheden bij aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning, legt de rechtbank een termijn van twintig weken op waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen. Voor elke dag overschrijding van deze termijn wordt een dwangsom van €100 opgelegd, met een maximum van €7.500.
Daarnaast stelt de rechtbank vast dat verweerder reeds €1.442 aan bestuurlijke dwangsommen heeft verbeurd en veroordeelt verweerder tot betaling hiervan aan eiser. Tevens worden de proceskosten van eiser vastgesteld op €422,50. De uitspraak is gedaan door rechter K.M. de Jager en griffier A.S. Hamans.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom.