ECLI:NL:RBDHA:2024:5065
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens overdracht aan Oostenrijk
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de aanvraag op grond van de Dublinverordening.
Eiser stelde dat overdracht aan Oostenrijk zou leiden tot schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 33 Vluchtelingenverdrag Pro, vanwege onvoldoende opvang en medische voorzieningen, en het risico op indirect refoulement. De staatssecretaris verwees naar het interstatelijk vertrouwensbeginsel en stelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij een reëel risico loopt op onmenselijke behandeling.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen concrete of onderbouwde bewijsstukken had overlegd die systeemfouten in Oostenrijk aantonen. Ook is niet gebleken dat eiser geen toegang tot rechtsmiddelen of opvang heeft in Oostenrijk. De rechtbank volgde daarmee de motivering van de staatssecretaris en verklaarde het beroep ongegrond.
De uitspraak bevestigt dat Nederland mag uitgaan van het vertrouwen dat Oostenrijk zijn internationale verplichtingen nakomt, tenzij voldoende bewijs van het tegendeel wordt geleverd. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding en kan binnen een week hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.