ECLI:NL:RBDHA:2024:4923
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000
De rechtbank Den Haag heeft op 9 april 2024 uitspraak gedaan over het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel is sinds 31 mei 2023 van kracht en is reeds meerdere malen door de rechtbank getoetst, waarbij eerdere beroepen ongegrond werden verklaard.
De rechtbank beoordeelde of het voortduren van de maatregel sinds het sluiten van het onderzoek op 9 januari 2024 rechtmatig is. Eiser stelde dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn, mede vanwege de langdurige aanvraag van een laissez-passer en het gebrek aan concrete aanwijzingen dat deze zal worden verstrekt. De rechtbank oordeelde echter dat het zicht op uitzetting niet ontbreekt, omdat de aanvraag nog in behandeling is en de Indiase autoriteiten geen weigering hebben geuit.
Daarnaast voerde eiser aan dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend is in de uitzetting, maar de rechtbank stelde vast dat de staatssecretaris actief blijft rappelleren en gesprekken voert met eiser. Ook de belangenafweging viel niet in het voordeel van eiser uit, omdat hij niet meewerkt aan het onderzoek naar zijn identiteit en nationaliteit. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en de maatregel blijft in stand.