Uitspraak
Internationale kinderontvoering
Beschikking in het kader van het op 12 februari 2024 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
[de moeder] ,
Procedure
- het verslag van de bijzondere curator van 18 maart 2024;
- het op 19 maart 2024 ingekomen verweerschrift, met producties, van de zijde van de moeder;
- het F9-formulier van 20 maart 2024, met producties, van de zijde van de moeder.
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de bijzondere curator;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Verzoek en verweer
Feiten
- De vader en de moeder zijn met elkaar gehuwd op [huwelijksdag] 2021 in Turkije.
- Zij zijn de ouders van de volgende nog minderjarige kinderen:
- De vader en de moeder oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
- De vader en [minderjarige 1] staan ingeschreven in Turkije. De moeder en [minderjarige 2] staan ingeschreven in Nederland.
- De vader, de moeder en de kinderen hebben in ieder geval de Nederlandse nationaliteit.
- De vader heeft zich niet gemeld bij de Nederlandse Centrale Autoriteit.
- Bij proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding ter zitting van 15 februari 2024 is – voor zover hier van belang – bepaald dat voorlopig een zorgregeling zal gelden tussen de vader en de kinderen, waarbij de kinderen contact hebben met de vader: