Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak en de beschikking in het kort
2.Het geding in hoger beroep
- een e-mailbericht van de bijzondere curator van 23 april 2024;
- een brief met bijlagen van de zijde van de vader van 29 april 2024, ingekomen op diezelfde datum.
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de bijzondere curator;
- de raad, vertegenwoordigd door mevrouw [vertegenwoordiger raad] .
3.De feiten
- De vader en de moeder zijn op [datum] 2021 in Turkije met elkaar gehuwd. Zowel in Nederland als in Turkije is er een echtscheidingsprocedure aanhangig tussen partijen. De procedure in Turkije is het eerst aanhangig gemaakt;
- Uit hun huwelijk zijn de volgende kinderen geboren:
- De ouders hebben het gezamenlijk gezag over de kinderen.
- De vader staat ingeschreven in Turkije. De moeder en de kinderen staan ingeschreven in Nederland.
- De vader heeft zich niet gemeld bij de Nederlandse Centrale Autoriteit.
- De ouders en de kinderen hebben in ieder geval de Nederlandse nationaliteit.
- Bij proces-verbaal van de mondelinge behandeling bij de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 15 februari 2024 is bepaald dat voorlopig een zorgregeling zal gelden tussen de vader en de kinderen, waarbij de kinderen contact hebben met de vader: