ECLI:NL:RBDHA:2024:4624
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens niet tijdig besluit mvv-aanvraag nareis met oplegging termijn en dwangsommen
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De aanvraag is op 9 juni 2023 ontvangen, waarna verweerder de beslistermijn met drie maanden heeft verlengd, waardoor uiterlijk 9 december 2023 een besluit had moeten worden genomen. Deze termijn is verstreken zonder besluit.
Eiseres heeft verweerder op 2 januari 2024 rechtsgeldig in gebreke gesteld en op 24 januari 2024 het beroep ingesteld, dat tijdig en kennelijk gegrond is verklaard. De rechtbank wijst het verzoek om vrijstelling van griffierecht toe wegens betalingsonmacht.
De rechtbank overweegt dat in het kader van gezinshereniging bij asielvergunninghouders sprake is van een bijzonder geval, waardoor een langere beslistermijn dan de standaard twee weken passend is. Gelet op het dossier en het feit dat verweerder nog niet inhoudelijk op de aanvraag heeft gereageerd, legt de rechtbank een termijn van twintig weken op waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €7.500. Verweerder is tevens veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442 en de proceskosten van eiseres van €437,50.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van dwangsommen bij overschrijding.