ECLI:NL:RBDHA:2024:4425
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Verdeling woning en financiële afwikkeling tussen ex-informeel samenlevenden na relatiebreuk
De vrouw en de man, ex-informeel samenlevenden met twee minderjarige kinderen, kochten in 2018 gezamenlijk een woning waarvan zij ieder voor de helft eigenaar zijn. Na relatiebreuk en onderbewindstelling van de man wegens gokverslaving ontstond een geschil over de verdeling van de woning en de financiële afwikkeling.
De vrouw vorderde dat de man zou meewerken aan verkoop van de woning en de overwaarde gelijk zou worden verdeeld. De bewindvoerder van de man vorderde onder meer een toewijzing van de woning aan de man en vergoedingsrechten voor door hem gedane investeringen en aflossingen.
De rechtbank oordeelde dat toewijzing van de woning aan de man niet mogelijk is vanwege een BKR-registratie die financiering verhindert. De vordering tot uitstel van verdeling werd afgewezen omdat het belang van de vrouw bij spoedige verdeling zwaarder weegt. De woning moet worden verkocht via een benoemde makelaar en de overwaarde wordt gelijk verdeeld. De man heeft een regresvordering op de vrouw van € 39.650 plus € 2.408 wegens aflossingen boven zijn aandeel. De gezamenlijke bankrekening wordt aan de man toegewezen zonder vergoeding aan de vrouw. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De woning wordt verkocht en de overwaarde gelijk verdeeld; de man krijgt een regresvordering op de vrouw; de gezamenlijke bankrekening wordt aan de man toegewezen.