De moeder en vader zijn gescheiden ouders van twee minderjarige kinderen. De vader verzocht om medegezag over het jongste kind en de moeder verzocht om kinderalimentatie van €234 per kind per maand met ingang van de datum van het verzoek.
Tijdens de zitting stemde de moeder in met het medegezag van de vader over het jongste kind. De rechtbank oordeelde dat er geen gronden zijn om dit te weigeren en kende het medegezag toe. Ten aanzien van de kinderalimentatie werd de behoefte van de kinderen vastgesteld op circa €596 per maand in 2023, maar de vader had onvoldoende draagkracht vanwege zijn schuldenlast en aflossingen.
De rechtbank concludeerde dat de vader geen draagkracht heeft voor de gevraagde alimentatie, maar hij verklaarde bereid te zijn een minimale bijdrage van €25 per kind per maand te betalen. Dit bedrag werd met ingang van de beschikking vastgesteld. De proceskosten worden door partijen zelf gedragen en het meer of anders verzochte werd afgewezen.