Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Sierra Leoonse nationaliteit, werd op 5 maart 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet vanwege concrete aanwijzingen dat hij onder de Dublinverordening viel. Eiser betwistte het asielverzoek in Kroatië en stelde dat hij gedwongen was vingerafdrukken af te geven zonder daadwerkelijk asiel aan te vragen. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder zich terecht op concrete aanknopingspunten kon baseren, waaronder Eurodac-gegevens en een overdrachtsbesluit.
De rechtbank stelde vast dat de zware en lichte gronden voor bewaring feitelijk juist waren en dat er een significant risico bestond dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken. De ambtshalve toetsing leidde niet tot een oordeel dat de bewaring onrechtmatig was. Omdat de bewaring inmiddels was opgeheven, beperkte de beoordeling zich tot de vraag of schadevergoeding moest worden toegekend, hetgeen werd afgewezen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.