ECLI:NL:RBDHA:2024:3971
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van Ethiopische nationaliteit en onvoldoende bewijs Eritrese nationaliteit
Eiser, die stelt van Ethiopische dan wel Eritrese nationaliteit te zijn, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. De staatssecretaris wees de aanvraag af op grond van het ontbreken van een reëel risico bij terugkeer naar Ethiopië. Eiser voerde aan dat hij de Eritrese nationaliteit bezit en dat hij gevaar loopt vanwege zijn Tigray etniciteit en de situatie rondom zijn oom.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd voor zijn Eritrese nationaliteit en dat het bestaan van een Ethiopisch paspoort, bevestigd door EU-vis gegevens, aannemelijk is. De aanvullende beroepsgronden werden wel betrokken, ondanks hun late indiening. De rechtbank constateerde dat de staatssecretaris niet alle relevante elementen benoemde, maar dit gebrek passeerde omdat de belangen van eiser niet werden geschaad.
De rechtbank vond het asielrelaas niet zwaarwegend genoeg om een reëel risico op ernstige schade aan te nemen. De omstandigheden rondom de oom en de discriminatie van Tigray’s waren onvoldoende onderbouwd voor een daad van vervolging. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar eiser kreeg een proceskostenvergoeding toegekend vanwege het geconstateerde zorgvuldigheidsgebrek.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard, met toekenning van proceskostenvergoeding aan eiser.