ECLI:NL:RBDHA:2024:3871
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring Vietnam
Eiseres, een Vietnamese nationaliteithebbende, is op 25 december 2023 onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Zij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek schriftelijk afgedaan en het beroep beoordeeld op rechtmatigheid sinds het sluiten van het vorige onderzoek op 8 februari 2024.
Eiseres betoogde dat onvoldoende duidelijkheid bestond over het zicht op uitzetting naar Vietnam, mede vanwege onvolledige informatie over de behandeling van haar laissez-passer-aanvraag en het ontbreken van bevestiging dat herinneringen aan de Vietnamese autoriteiten werden verzonden. Verweerder stelde dat herinneringen op 26 januari, 13 februari en 5 maart 2024 naar de Nederlandse ambassade in Hanoi zijn gestuurd, die deze vervolgens aan de Vietnamese autoriteiten doorstuurt.
De rechtbank oordeelde dat er voldoende zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn, mede omdat de werkwijze recentelijk tot reacties van de Vietnamese autoriteiten heeft geleid en eiseres geen medewerking verleent aan terugkeer. Het voortduren van de maatregel is niet onrechtmatig gebleken. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.